Janke Sibes borduurde met vaste hand


Geplaatst op: 17-02-2011 door: Gieneke Arnolli

Janke Sibes had heldere lichte kleuren zijde tot haar beschikking, lichtblauw, geel, licht-rozerood en groen. Een aantal donkere kleuren, blauwgroen, groen en rozerood zorgen voor het contrast. Veel meisjes borduurden in die tijd meer met beigetinten en bruinen. Dat noemen we nu de zogenaamde ‘oude’ kleuren. Maar dat waren eigenlijk goedkope kleuren, omdat die met de restant-verfbaden van de heldere kleuren werden geverfd. De meeste 18de-eeuwse merklappen zijn met die goedkope kleuren geborduurd.

Janke kon de kleuren evenwichtig over het vlak verdelen. Dat betekent dat ze vanaf het begin de benodigde garens beschikbaar had. En dat betekent weer dat ze het thuis zeker niet arm had.

Janke borduurde eerst zes regels vol met zeven verschillende alfabetten. Ze sloot die af met het jaartal 1778. Daarna borduurde ze een regel met verschillende motieven, die allemaal even hoog zijn.

De kleuren zijn in elk motief symmetrisch verdeeld.


                         twee levensboompjes

Eerst twee levensboompjes en een ‘mystieke wijnpers’: dat is een symbool voor Christus. Het hart van Christus wordt als het ware uitgeperst. Volgens de bijbel is zijn bloed vergoten om de wereld te redden. De vogels zijn de dragers van de ziel en vormen de verbinding tussen hemel en aarde.

Het is de vraag of Janke die symboliek kende. Misschien vond ze het gewoon leuk om die vogeltjes te borduren. Daarnaast staat namelijk een heel ander motief, dat niets met het vorige te maken heeft. Dat is een linnenkast, het symbool van de huisvrouw.













  Op veel Friese merklappen is die linnenkast geborduurd, dit is een voorbeeld van een andere lap. De huisvrouw was degene die de linnenkast beheerde. Daarom leerde Janke naaien. Het maken van een merklap was een middel om de hand te oefenen in regelmatige steken die even groot zijn.

Reacties

Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst
Impres Internet Groep B.V. te Zwolle